Ritsjes, strepen en gaten op de raarste plaatsen

Natuurlijk Isabel Marant: zilveren gympen met ingebouwde hakken – hoe konden we ooit zonder? Keer op keer weten kledingontwerpers een uitermate onlogisch kledingstuk tot mode te verheffen. Moet ik iemand nog herinneren aan de jaren tachtig met zijn schoudervullingen zo groot als een strijkijzer? Het naveltruitje? De legging?

Elk jaar blijf ik als een klein kind hopen. Hopen dat de ontwerpers in Parijs of Milaan besluiten dat sportkleding het komend seizoen het hélémaal wordt, qua mode. Want hoe graag ik mij ook op hakken in een mooi jurkje vertoon, het liefst zijn mij mijn sportkleren.

Dat vind ik ook zo zielig voor mensen die niet sporten. Ze hebben geen idéé. Natuurlijk is het  niet zo charmant als mensen hun wandelschoenen naar kantoor aandoen. Maar wie ooit Meindls aan heeft gehad weet hoe moeilijk het is die goddelijke sloffen weer voor enkelzwikkende Louboutins te verruilen. Die zwarte thermobroek waarin ik schaats? Dat is de hemel. Hij knelt niet, is lekker zacht, pilt niet, zit nooit in de weg en houdt mijn benen zelfs in vrieskou heerlijk warm. Dat warmhouden is trouwens iets wat vrijwel al mijn favoriete sportspullen gemeen hebben. Van lang ondershirt bij het fietsen tot de nerdy witte helm op mijn skihoofd: wind en kou hebben het nakijken. Vorig jaar deed ik mijzelf een buff van zwart merinowol cadeau. Google maar even. Lach gerust om wat ik voor dat ding betaalde, maar er zijn weinig kledingstukken waar ik zo van genoten heb dan van dat piepkleine beetje stof. Nou ja, behalve van die thermobroek dus.

De verhoudingen in mijn kledingkast beginnen een beetje scheef te worden, dat durf ik wel toe te geven. Het is niet alleen maar allemaal zo lekker warm. Ik ben ook zo dol op alle technische kantjes van sportkleding. Goretex, striping, polypropyleen, windbreakers, waterkolommen, het klinkt allemaal heerlijk veelbelovend. Alsof ik opeens rondjes sneller zal schaatsen of de berg op ga vliegen in mijn nieuwe fietsbroek. En eerlijk, soms heeft het ook echt nut. Ik heb armstukken waarmee ik op wisselvallige dagen van een t-shirt een fietstrui maak. Met mijn snowboardwanten kon ik een paar jaar geleden al mijn iPhone bedienen én mijn goggles schoonvegen, terwijl ik van mijn capuchon in een handomdraai een sneeuwstormproof burkabovenstuk maak. Het liefst zou ik de hele zomer mijn ultralichte meekleurende wielrenbril dragen.

Maar ja. De mode schrijft anders voor. En dat is niet voor niets. De sportspullen die het lekkerst zitten, zien er het minst uit. Ze glimmen, hebben ritsjes, strepen en gaten op de raarste plaatsen. Ze kleden nooit af. Door de zeem in mijn fietsbroek lijkt het alsof ik permanent een luier draag. Rokjes en sportschoenen, zelfs zonder lichtgevende driehoekjes blijft het een lastige combinatie. Er is niets, maar dan ook werkelijk niets, elegant aan een wielrentruitje met drie gevulde achterzakken. Maar dan denk ik aan die rare schoudervullingen, de blokhakken en de legging en dan weet ik: ooit kan de dag komen dat mijn thermobroek hip wordt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s